|
|
“Hee, ben je weer terug? Zeker lekker weer gehad, in Istanbul?” “Mwah. De koudste Istanbulreis ooit: veel regen en zelfs één dag met een temperatuur van maar zes graden. Maar gelukkig wisselden de straatverkopers in een handomdraai van koopwaar: van tolletjes, fluitjes en fezzen naar plastic parapluutjes (‘Brella! Brella!’) en fijne oorwarmers, mutsen en sjaals. En verder droeg iedereen gewoon de gehele inhoud van zijn of haar koffer, totdat de zon de laatste twee dagen weer scheen.” “Wat jammer, zeg. E n ’t valt toch al niet mee hè, zo op stap met al die vervelende pubers?”  “Nou… dat viel dus eigenlijk wèl mee. Sterker nog, zelden zo’n leuke groep meegemaakt: nog vóór we de eerste moskee binnen waren, werd er al breed glimlachend geposeerd voor de eerste gezellige groepsfoto. Geen gezeur wanneer ze geconfronteerd werden met de onvermijdelijke hobbels die je traditiegetrouw op reis moet nemen. Ik noem er een paar: de lange loopafstanden, de korte nachten, de olijven bij het ontbijt, de frietjes op het brood, de koude douche, de lauwe spaghetti, de chagrijnige receptionist, de raamloze kamer. Gesmeten met eten dit jaar alleen door Fleur, toen ze een druif in haar mond wilde opvangen. Dit had ik zelf echt niet kunnen verzinnen, maar daardoor belandde de gehele inhoud van haar blad eten (tomatensoep, friet, salade en ja, ook druiven) op de witte broek van Britt. Geen bagage kwijtgeraakt: de tas van Diederick en de jas van Peter werden netjes door de busmaatschappij bij het hotel afgeleverd. Geen leerling kwijtgeraakt, omdat ze keurig bij elkaar bleven en bovendien mij -voor de verandering- goed in de gaten hielden. Ik ben zelf trouwens ook niet één keer verdwaald…” “Ja, ja…” “… zelfs niet onderweg naar de Süleymaniye-moskee. En weet je wat ook zo bijzonder was: voor de eerste keer heb ik die knoeperd van een moskee van binnen gezien, want de restauratie was na drie jaar eindelijk voltooid.” “Nog last gehad van laatkomers of van nachtelijke overlopers?” “Welnee, iedereen ’s morgens mooi op tijd beneden. Behalve op de allerlaatste dag, toen vijf minuten vóór vertrek naar het vliegveld Saskia en Sacha nog in hun bed bleken te liggen. En overlopers vind je altijd op de nachtelijke patrouilles. Kijk, daar had je Fleur ook weer op de gang. Amateurs denken al dat ze onzichtbaar zijn als ze een deken over zich heentrekken, maar de betere verstoppers lachen hierom. Het blijft verbijsterend hoeveel mensen zich op zo’n bescheiden hotelkamer kunnen schuilhouden: in de badkamer, op de brandtrap, in de kast (planking). Maar verder prima hoor, niks te klagen.” “??? Zijn jullie niet uitgeweest of zo? Met de bekende bijbehorende incidenten: drank, waterpijpen, minirokken, ruzies, liefdesverdriet…” “Jawel, uiteraard hebben we onze vaste bar annex dansgelegenheid weer bezocht. Dit is de plek waar wij, begeleiders, ons eindelijk kunnen misdragen, want ‘dansen’ kon de joelende menigte het echt niet noemen. Onze vaste vriend de DJ bleek nóg breder in de schouders, nóg gespierder in de armen en voorzien van nóg zwaardere wenkbrauwen dan wij ons van vorig jaar (‘I never forget a face!’) herinnerden. Zelfs Fred durfde een confrontatie niet aan. Dat kwam goed uit, want zodoende had hij beide handen vrij om één van de twee gevalletjes van dronkenschap veilig terug naar het hotel te loodsen. Waarvan de grootste drinkebroer ons vervolgens plechtig heeft gezworen nóóit meer te drinken, dus dat was dan weer dat.” “O. Maar natuurlijk zijn jullie wel weer vet ingemaakt tijdens de jaarlijkse voetbalmatch tegen die Turkse sportfanaten van het Vefa Lisesi?” “Haha, nee dus! Voor de allereerste keer in de geschiedenis hebben we gewonnen! Al was het een zwaarbevochten overwinning: Joost brak tijdens een bloedstollende actie zijn sleutelbeen. Stabilisatieband erom en vooruit maar weer; zo is Joost: niet zeuren.” “(Zucht)… Heeft Alex er onderhand niet genoeg van telkens in Istanbul zijn verjaardag te vieren? En Winry dan, die gaat toch ook al voor de 100ste keer mee; dat moet ’m toch enorm gaan vervelen?”
 “Alex is een makkie: die laat zich telkens weer paaien met cadeautjes van de leerlingen en van ons. Die truc hebben we dit jaar ook bij Winry uitgehaald. Met als extraatje voor beiden een setje originele zwarte bloedzuigers uit de Egyptische bazaar. Als we de reclameplaatjes op de markt mogen geloven word je daar pas echt gezond en sterk van; zeker weten dat Winry nu weer flink twijfelt aan zijn besluit om af te zwaaien als reisleider.” “Goh. Nou, leuk. Positief verhaal. Dus wat jou betreft: volgend jaar wéér, zelfde tijd, zelfde plaats?” “Echt wel! Absoluut. Zonder twijfel. Graag!”
Vonny Verweij
39 Leerlingen staan om 2.00 uur ’s nachts klaar voor vertrek naar Brussel. ’s Ochtends vroeg komen we aan. Iedereen is klaar om aan de rondreis te beginnen.
Een wandeling door Ronda. Daarna door naar ons eerste hotel in Sevilla. Wat een prachtige stad. Voor mij de eerste keer dat ik in Andalusie ben. Dus voor mij is het net als voor de leerlingen. Ik zie en hoor alles voor het eerst. Ik ben echt onder de indruk van de stad en de verhalen die er verteld worden door Pieter en Theo. 1492 is het belangrijkste jaar in de geschiedenis van Spanje; het laatste Moorse bolwerk Granada werd veroverd en Columbus vertrok in dat jaar vanuit Palos de la Frontera en ontdekte een nieuwe wereld. Door de ontdekking van Amerika werd Sevilla één van de rijkste steden van Europa. We bezoeken het Plaza de Espana en het Parque María Luisa, een stadspark in Sevilla. Het Plaza de Espana werd gebouwd voor de wereldtentoonstelling in 1929 en onder iedere boog van het gebouw zijn de Spaanse provincies in tegels uitgebeeld.
We bezoeken Real Alcazares, de kathedraal van Sevilla en een voormalig tabaksfabriek. Real Alcazares is prachtig, hele mooie tuinen! De kamers en kapel van Karel de vijfde en de ambassadeurszaal. De kathedraal van Sevilla. 'La Giralda', werd in de 12e eeuw gebouwd als minaret bij de moskee. Vanaf de minaret werden de moslims opgeroepen voor het gebed en hij werd ook als uitkijk gebruikt door het leger. Toen de Moren uit Sevilla waren verdreven, bouwden de christenen, hoe kan het ook anders, een kathedraal op de plaats van de moskee. Van de Giralda braken ze het bovenste stuk af en zetten er een klokkentoren op. De Giralda is 97 meter hoog en we kunnen via hellingen naar boven klimmen om van het uitzicht over Sevilla te genieten. Er zijn hellingen i.p.v. trappen, omdat de soldaten vroeger te paard naar boven gingen. ’s Avonds bezoeken we met alle leerlingen een flamencoschool. We wachten vol spanning af wat de avond ons brengt. Authentieke zang en dans. Hiervan kun je het beste genieten met je ogen dicht…
Cordoba! Als we met de bus aankomen moeten we nog even een stukje lopen omdat de bus niet bij het hotel kan komen. We lopen de Romeinse brug over, wat een uitzicht! ’s Middags bezoeken we de Mezquita. We lopen eerst rond in het gedeelte van de moskee, aan het eind van de rondleiding kom je ineens in een heel ander gedeelte terecht. Er is in het midden een kathedraal gebouwd. Echt overweldigend. In de 1523 liet Karel de V een deel van de moskee verwoesten om in het midden een kathedraal (in barokstijl) te plaatsen. Op de plaats van de minaret werd een klokkentoren geplaatst. ’s Avonds eerst een wandeling door de Joodse wijk. En daarna heel relaxed en gezellig naar het theehuis. Gezellig kletsen onder het genot van verschillende theeën en een waterpijp.
We vertrekken richting Granada. Onderweg stoppen we bij de olijffabriek van Nunez de Prado. We krijgen uitleg van de eigenaar, een lieve oude man, over het proces van olijfolie. Zijn olijfolie wordt ook bij de Sligro verkocht. Maar wij nemen toch een fles mee voor thuis. We brengen nog een bezoek aan de medina Alcaiceria en de Bib Rambla. Na het avondeten maken we een wandeling naar het Albaicin, de oude Arabische wijk. Hier zien we alvast vanaf de heuvel het Alhambra.
’s Morgens een bezoek aan het Cartuja klooster en na de lunchpauze een flinke wandeling naar het Alhambra. We hebben een Engels en Nederlands sprekende gids. De leerlingen krijgen een koptelefoon op en kunnen onder het verhaal van de gids rondkijken. Er is een tentoonstelling van Escher, die zijn inspiratie heeft opgedaan door de tekeningen op de tegels in het Alhambra. Een leerling merkt nog even op dat het Alhambra wel heel groot is. “Als hier de telefoon gaat, moest je een eind lopen…”
’s Morgens maken we een wandeling door het natuurgebied: El Torcal. We lunchen hier en gaan dan ’s middags naar het strand van Torremolinos omdat de weersvoorspellingen voor de dag erna niet echt best zijn.
Het regent heel de dag in Torrelomolinos. Maar wij zeuren niet, want de afgelopen week hebben we heerlijke temperaturen gehad. Het zit er weer op. Een heerlijke studiereis geweest qua temperatuur, een hele leuke groep leerlingen en ongelofelijk veel moois gezien!
Irma Oremans
Een leuke groep leerlingen, Griekse bergen vol olijfbomen, mooie steden met prachtige tempels, een geweldige boottocht, heerlijk weer en stakingen (de eurocrisis). Wie droomt er niet van dat iemand op de laatste dag van een mooie reis tegen je zegt: ‘Je mag nog een dag langer blijven?’ Het overkwam ons allemaal op deze ongelofelijke Griekenlandreis 2011.
Op vrijdagavond nog even een paar uurtjes slaap pakken voor het zover is: vertrek vanaf het SJL om half drie ’s nachts. Slaperige huisgenoten zwaaien ons uit. Zij jaloers dat wij weggaan, wij jaloers dat zij weer naar bed mogen. Na een rustige vlucht landen we in een half bewolkt Athene waar het toch zo’n 20 graden is. De bus brengt ons langs een prachtige kustweg naar de Tempel van Sounion. De eerste historische plek. Bij de ingang van deze site hangt een bordje: STRIKE. Dat er in de komende week een dag gestaakt zou gaan worden, dat wisten we. Dat het nu al was begonnen niet. De zon komt door en we lopen een eindje verder. Vandaar kun je de tempel mooi zien liggen. Hoog op de rots met een blauwe zee op de achtergrond. Dan begint meneer Heijker te vertellen: ‘Hier stortte koning Aegeus zich van de rots in zee toen hij het schip van zijn zoon Theseus met zwarte zeilen (een teken van de dood) terug zag keren van zijn tocht om de Minotaurus (half mens half stier) te doden. Treurig als je bedenkt dat Theseus springlevend op het schip zat maar, bedroefd om het verlies van zijn vriendin Ariadne, vergat de witte zeilen te hijsen.’ Zo is het deze reis vaak gegaan. Mooie verhalen die alle plekken die we bezoeken tot leven wekken en maken dat je de oudheid als het ware voor je ziet herleven.
Om 5 uur inchecken in ons hotel en na een korte opfrisronde waarbij iedereen de kamer van iedereen wil bekijken en we Nicoline op elke verdieping kunnen horen, volgt een korte wandeling door Athene en daarna de eerste souflaki, zatziki en Griekse salade. Door de staking is de Acropolis op zondag gesloten maar gelukkig is er in Athene zoveel te zien dat dit geen enkel probleem is. We bekijken het Acropolis museum, de Filipappos heuvel met uitzicht op het Partenon, het eerste parlement, de universiteit en het Olympisch stadion. De weergoden zijn ons die middag minder goed gezind, maar de regen is snel vergeten wanneer we ’s avonds in de Plaka weer een gezellige Griekse maaltijd eten in een mooi traditioneel restaurant.
Op maandagochtend is de Acropolis weer open. Zoiets mag je echt niet missen. Daarna vertrekken we naar Delfi. Tijdens de picknick onderweg begint de zon te schijnen en die blijft bij ons tot we naar Nederland vertrekken. Mooi weer dus voor de bergwandeling. Ook deze keer komen de fanatieke wandelaars weer helemaal boven bij de hut. Beloning: een fantastisch uitzicht op de Peloponesos en de tempel van Apollo waar het Orakel zijn beroemde uitspraken heeft gedaan. De volgende ochtend bezoeken we eerst deze tempel en gaan dan op weg. We stoppen bij een van de vele strandjes om in het zonnetje te picknicken. Na een paar uurtjes bussen (lekker om even bij te slapen) komen we aan het kanaal van Corinthe. Als de fotosessie klaar is en Pepijn zijn FC Den Bosch sticker weer geplakt heeft, is het nog maar een uurtje tot Tolon. Eerst een duik in de zee en daarna eten en het dorp verkennen. Inmiddels heeft de reisleiding wat nieuwe woorden geleerd zoals SWEG, een ‘elli’ en weten de leerlingen wat kalimera en endaksi betekent.
 De volgende ochtend kunnen we een beetje uitslapen en daarna de boot op voor een tocht naar een prachtig strandje waar je kunt snorkelen en zonnen. Ondertussen gaat de BBQ aan en maakt de schipper zijn beroemde souflaki. Op donderdag gaat de reis naar de eerste hoofdstad van Griekenland: Nafplio. We bezoeken het oude parlementsgebouw en de Grieks Orthodoxe kerk, gevolgd door een lekker lunch en een uurtje winkelen. Jammer dat er nog steeds gestaakt wordt zodat we niet naar Mycene en het theater van Epidaurus kunnen. Dan is er telefoon van het reisbureau: door de staking is onze terugvlucht geannuleerd en moeten we een nachtje langer in ons hotel aan zee blijven. Zo heeft elk nadeel ook weer zijn voordeel! Helaas hadden we in Delfi twee mensen achter moeten laten. Sawa blijkt een longontsteking te hebben en wordt opgenomen in het ziekenhuis. Mevrouw Krijger blijft bij haar. Na 48 uur zuurstof, infusen en een hele goede verzorging, mogen ze gelukkig weer terug naar de groep waar ze nog de laatste middag lekker mee kunnen zwemmen en genieten van de afscheidsmaaltijd.
Toch komt aan alles een eind en vertrekken we vrijdagochtend weer naar het vliegveld. De terugvlucht gaat in 2 groepen en de laatste staat om half 4 ‘s nachts weer bij school: moe maar voldaan. Het was een reis met wat hindernissen, maar uiteindelijk hebben we het doel van de reis gehaald: veel van Griekenland zien, elkaar leren kennen en er met elkaar een mooie reis van maken (wat soms wel wat aanpassingen vraagt). De stakingen zijn allang vergeten!
Nelleke, Titia, Ton en Hugo
Na een ontspannen reis komen we goedgehumeurd aan in een zonovergoten Napels. Zonnig zal het blijven, ook ons humeur, tot en met de laatste dag.
Ons tijdelijke thuis blijkt een hostel waar we kunnen slapen, ontbijten (een ei hoort erbij) en een enkele keer dineren. Het hartelijke weerzien met baliemedewerker Nando, doet mijn collega begeleiders stralen. Nando is van de kamernummers, de sleutels en het beddengoed (een soort conciërge dus). Omdat ik als nieuwbakken reisleider een goede indruk wil maken op mijn collega’s steek ik meteen de handen uit de mouwen en begin met het uitdelen van de lakens (letterlijk welteverstaan). Nando kan dit echter niet waarderen en voegt me toe dat ik me als nieuwkomer, nergens mee moet bemoeien. (Oké, de rollen zijn duidelijk, fijn ook dat ik Italiaans versta en gewend ben om met conciërges om te gaan!) Na het verdelen en inrichten van onze kamers begeven we ons ’s avonds direct onder de Napolitanen en we voelen ons meteen thuis: heerlijk gegeten aan de kust en geflaneerd en geflirt op de boulevard.
Onze tijd in Napels was een aaneenschakeling van verrassingen en het programma heel gevarieerd: het stille, donkere en vochtige Napoli Sotteranea, de ambachtslieden en de gezellige drukte in de kleurrijke wijk Spaccanapoli, de serene rust in Caserta en de (eindelijk!) gezonde lucht in de paleistuinen, de hartelijke ontvangst in het oude schoolgebouw van het lyceo, de steelse blikken van de donkere Napolitanen naar onze hoogblonde deernen, de enthousiaste stoere gids op de Solfatara voor wie we de stank graag trotseerden, het telefoontje van één van de leerlingen om 3 uur ’s nachts (ik schrok me rot, maar híj ook toen ie mij zag!), de sfeer in Pompeï waar de dag na ons bezoek de muur van een bordeel instortte en Berlusconi meteen een kijkje ging nemen vergezeld van 20 Italiaanse schonen, het Archeologisch museum waar we Pompeï op een andere manier zagen en waar één van onze meiden bij de aanblik van een Kouros beeld, spontaan flauwviel, Hollands welvaren tussen Ischia en Procida, onze winkelende giechelende grieten met hun flitsende aankopen, de funicolare (funicoli, funicola, funicoli funicolaaaa) naar Vomero met zicht over Napels de Vesuvius op de achtergrond, de aanblik van Napels vanaf de Vesuvius, de middennachtelijke douchebeurten van Henk, de onaardse schoonheid van de Gesluierde Christus in Capella Sansevero en in de grafkelder de ‘anatomische machines’ van Prins Raimondo (heb ik niet gezien: daar krijg je maar nachtmerries van), het peperincident (want incidenten horen bij een schoolreis) en natuurlijk onze eigen fantastische leerlingen!
Napels zien en dan sterven? Echt niet! Napels gezien en heel graag volgend jaar weer!
Paulien Lurinks
Vrijdag 14 oktober om 15.00 uur vertrokken we naar Florence, met een lange busreis voor de boeg stapten alle leerlingen (nog fit en met tassen vol eten) de bus in . Na een lunch op het station zijn we de tr ein in gesprongen en het centrum ingegaan. Hier hebben we de Dom beklommen en de Campanile en ’t Baptiserum met zijn grote bronzen deuren bekeken. Zondag was onze tweede en laatste dag in Florence en hebben we een bezoek gebracht aan het Uffizi, Santra Croce en de Ponte Vecchio. Tijdens ons verblijf in Florence sliepen we in hotel Villa Anna.
We vervolgden onze reis naar Bologna waar we onder andere de oudste universiteit van Europa hebben bezocht en de snijzaal hebben bekeken. ’s Avonds hebben we gegeten in een pizzeria en veel van ons hebben toen de échte pasta Bolognese mogen proeven! Een 2 uur durende busrit verder kwamen we rond 23.00 uur aan in ons tweede hotel. Hoewel veel leerlingen erg moe waren gaven ze niet op en ging er nog een groep een strandwandeling maken en zijn er zelfs nog 2 de zee in gedoken. Echte die-hards hadden we bij ons.
Dinsdag en woensdag hebben we Venetië bezocht, we hebben onder andere de San Marco en de Rialto brug bezichtigd, ook hebben we een gondeltocht gemaakt en zijn hebben we een bezoek gebracht aan de eilanden Burano en Murano waar leerlingen massaal het beroemde glaswerk insloegen.
De laatste dag zijn we naar Verona afgereisd waar we het beroemde huis van Juliet hebben bezocht en natuurlijk (voor degenen die nog en ergie hadden) een toren hebben beklommen. In de Arena heeft Anna nog een spetterend optreden gegeven. Een pizza als afsluiting en daarna in de bus op weg naar huis.. En ….. het was muisstil in de bus….
Annick van der Ven
Maandag 15 oktober was iedereen om 07.45 uur aanwezig op het schoolplein, met veel zin om er een leuke reis van te maken. Een kwartier later waren we op weg naar Schiphol om onze vlucht naar Rome te halen. Eerst was er nog wat verwarring, want ongeveer dezelfde tijd vertrok ook de bus naar Napels, en bijna hadden wij een koffer voor die stad in het vooronder. Toen alle koffers in de goede bus lagen, konden we vertrekken.
Na een aangename vlucht kwamen we precies op schema aan op Fiumicino, alwaar we, na even gezocht en gebeld te hebben, de bus vonden die ons naar de camping zou brengen. Na een kwartiertje konden we er al inchecken.
We kwamen op een gezellige camping terecht, niet ver van het Vaticaan gelegen. We hadden een soort houten caravan, geschakeld, geschikt voor drie personen. Op de camping waren een zwembad en een disco.
 Na ons te hebben geïnstalleerd gingen we de stad in voor ons diner en avondprogramma. Dus met de bus naar de metro en met de metro naar de stad. Onderweg kregen we te horen dat er na 21.00 uur geen metro meer liep, dus dat betekende terug weer bussen.
Gedurende ons verblijf in Rome was de bus het meest gebruikte vervoermiddel. Meestal was er plaats genoeg in de bus, omdat we hem pakten aan het begin van de route.
Het weer was aardig, maar niet zoals we gewend waren. Regelmatig de zon gezien, maar het was af en toe ook wel behoorlijk fris. Met als uitschieter donderdagochtend een geweldig noodweer boven de camping, donder en bliksem. Pech hierbij was het feit dat daardoor een aantal metrostations, het Colosseum en het Forum Romanum gesloten waren. Dus die hebben we, doordat ze later niet meer in het programma in te passen waren, dit jaar gemist. Soms heb je niet alles in je eigen hand.
Er waren natuurlijk ook een heel aantal dingen die wel goed verliepen. Zo hadden we een prima excursie naar Herculaneum en de Vesuvius. Bij de eerste kregen we een leuke gids in de schoot geworpen, die ons wilde en kon rondleiden omdat er net een groep had afgezegd. De goede man sprak Engels en Frans, hij wist zeer interessante dingen te vertellen, omdat hij ook zelf daar opgravingen had gedaan.
De Vesuvius was nog even boeiend als vroeger, maar helaas wel af en toe in de mist. Op de camping aangekomen konden we meteen aanschuiven voor het diner.
 De moeite waard om te vertellen was natuurlijk ook het bezoek aan het Vaticaan. Hier hebben we de Vaticaanse musea bezocht, overweldigend door de gigantische en indrukwekkende verzameling kunstvoorwerpen. De leerlingen werden hier door ons in groepjes van 10 rondgeleid en waren zeer onder de indruk van wat de musea te bieden hadden.
Daarna togen we naar de Sint Pieter. Allereerst beklommen we de koepel, via de trappen, en genoten van een zeer fraai uitzicht over de stad, en vervolgens bekeken we de kerk. Mooi en prachtig, in de kerk een mensenzee. De afdaling naar de pausencrypte viel enigszins tegen, omdat we maar een aantal tombes konden bekijken.
 De stad hebben we goed bekeken door een aantal prachtige wandelingen langs de hoogtepunten van het oude en moderne Rome. Ik noem hierbij het Pantheon (tempel voor het al-goddelijke), het Piazza Navona (met zijn beroemde 4-stromenfontein), de Trevi fontein (je weet wel met dat muntje), de zuil van Trajanus, de beroemde Corso met zijn winkels en een aantal kerken (S. Ignazio, S. Maria sopra Minerva) en de Circo Massimo. Teveel om op te noemen.
De laatste ochtend gingen we nog naar de St. Jan van Lateranen en de Heilige Trappen, en na een bezoek aan het altijd indrukwekkende "knekelhuis" gingen we weer terug naar de camping om onze koffers te pakken en in de bus te stappen naar het vliegtuig.
Moe maar voldaan kwamen we vroeg in de avond aan op het schoolplein, de leerlingen zochten tevreden hun ouders op, wij stapten in onze auto’s op weg naar huis, blij dat we nog een week vakantie hadden om tot rust te komen van weer een prima, maar vermoeiende Romereis.
De Rome reisleiding
Met een mooi zonnetje vertrokken we vanaf het SJL naar IJmuiden, waar we keurig op tijd inscheepten. De overtocht was rustig (de zee was rustig en de leerlingen die sliepen ook…) De volgende ochtend kwamen we aan in Hull. Helaas was het weer omgeslagen en toen we in New Lanark aankwamen hoosde het! Gelukkig had onze gids alle begrip voor de vermoeidheid van de leerlingen en paste haar rondleiding daarop aan. Het bleef zo hard regenen dat we de weg naar boven (heel steil) terug naar de bus in een niet eerder behaalde recordtijd aflegden!
In Glasgow aangekomen mochten we onze klimkunsten nog eens vertonen, aangezien velen van ons drie hoog sliepen en er geen lift was! De poolkamer maakte echter weer veel goed. ’s Avonds gingen we eerst uit eten (Whopper voor de leerlingen, Frankie and Johnny voor de begeleiders) waarna we lekker gingen bowlen. De volgende ochtend was iedereen weer (min of meer) fris aan het ontbijt, waarna we Glasgow University bezochten. Het weer was gelukkig opgeklaard. Na de lunch ging de helft van ons naar Celtic Stadion en de andere helft naar Glasgow Kathedral (door sommigen professioneel uitgesproken als “ze Kesiedrul”) en de Necropolis. Beide groepen hebben zich uitstekend vermaakt. In Celtic Stadion hebben we onder leiding van Bastiaan Baas onze strijdkreet “Dèèèèèn Bosch” gescandeerd. De Schotten waren zo onder de indruk hiervan dat ze geen commentaar durfden geven (of was het gewoon de Schotse beleefdheid?). Tegen de avond mochten we dan eindelijk naar de Primarkt! Helaas hadden we maar een krap uurtje, anders hadden we denk ik nog een bus erbij moeten hebben voor de bagage… Tenslotte gingen we naar de Glasgow School of Art. ’s Avonds zouden we les krijgen in doedelzak blazen, maar tot groot verdriet van allen (hm hm) zat de doedelzakker vast in het verkeer (ja ja…).
Glen Coe vond iedereen heel indrukwekkend, tenminste, als ze hadden geweten wat er daar nou precies gebeurd was. De bustocht was in elk geval mooi en het landschap werd steeds mooier.
In Pitt Lochrie aangekomen was het even zoeken naar de jeugdherberg. Het was niet de meest luxueuze, maar ach, in Pitt Lochrie was er een avondwinkel, dus, who cares? De volgende dag had iedereen lekker geshopt in het dorp en de ‘teaparlour’ was heel populair. De whisky distilleerderij was eigenlijk het hoogtepunt voor onze enige 18-jarige medereiziger, want: hij mocht whisky proeven!
En toen op weg naar Edinburgh! Eerst nog een wandeling door een prachtig bosgebied met gidsen en, als hoogtepunt, de hond van de gids, waarna koers werd gezet naar Stirling Castle. ’s Avonds kwamen we moe maar voldaan aan bij de jeugdherberg in Edinburgh, waar men supermooie kamers had en, jawel, een lift! Roel gaf een tour door Edinburgh, wat door de die-hards zeer werd gewaardeerd. De vermoeide stakkers die halverwege afhaakten gingen terug naar de jeugdherberg. Ook nu werd “Dèèèèèèn Bosch” gescandeerd, maar dit werd niet gewaardeerd door sommige (al aangeschoten) Edinburghers en de begeleiders wisten dan ook niet hoe snel ze hun clubje door moesten loodsen naar de jeugdherberg!
De laatste dag in Edinburgh kregen we een rondleiding door het Scottish Parliament, die zo interessant was dat alle leerlingen opletten. Edinburgh Castle was mooi en het winkelen was het leukst, natuurlijk. Eén medereiziger raakte zijn portefeuille kwijt, maar dankzij het perfecte Schots van zijn kornuiten was deze snel weer gevonden! Na het avondeten wachtte ons nog een ‘ghosttour’, die eerder leerzaam en grappig was dan eng, al zouden sommige dames dit willen betwisten. Op zondagochtend kwamen we allen gezond en wel weer terug op het SJL, waar de reizigers blij waren hun ouders weer te zien.
Marijke Boules
De waterchallenge, een systeem van vlotjes en touwen waarmee een plas moet worden overgestoken is altijd een risicovolle uitdaging, vooral om dat het water hooguit een graad of drie is! Helemaal spannend wordt het als je dan met zijn tweeën op één wiebelig vlotje kruipt; dan wordt het wachten totdat het misgaat. Elk jaar is het raak en ook deze editie vormde daarop geen uitzondering. Toen Ruben en Tim, twee flinke kerels, aan hun uitdaging begonnen was het al snel duidelijk dat de minste of geringste disbalans het vlot al kon doen kantelen. Gelukkig voor het tweetal ging het al fout toen ze pas enkele meters van de oever waren. Eenmaal in het ijskoude water werd het overlevingsinstinct ruw wakker geschud en het enige waar de jongens aan dachten was zo snel mogelijk aan de kant te komen. Ruben, die helemaal kopje onder was gegaan, vergat hierbij zijn peddel en die bleef achter in de plas, plagerig juist buiten ons bereik drijvend. Na enkele minuten dubben over hoe we die peddel terug zouden kunnen krijgen was het Tim die zich herpakte. Onder het mom van ‘ik ben nu toch nat’ ging hij opnieuw het koude water in om de peddel te gaan pakken, vol ontzag gadegeslagen door zijn warm aangeklede kameraden, die na afloop niet te beroerd waren om hun extra kleding te delen met dit drijfnatte tweetal.
Dit overkwam twee groepjes die tijdens de dropping een aanwijzing hadden gemist en vervolgens argeloos het verkeerde dal inliepen. En dan is zo’n Tsjechisch bos ineens heel groot en donker. Juist op het moment dat de begeleiders zich gingen afvragen waar deze groepjes bleven kwam het telefoontje. Het was Jens, met de opmerking dat “ze echt geen flauw idee meer hadden waar ze nu waren”. De groepjes waren elkaar tegengekomen en hadden besloten om als één groep door te lopen. Op het moment dat Jens belde waren de groepsleden al aan het discussiëren of ze verder zouden lopen of terug zouden keren, of zelfs de nacht ergens zouden doorbrengen. De onenigheid hierover was groot, maar de leerlingen waren slim genoeg in elk geval bij elkaar te blijven. Jens bleef uitermate rustig en ontpopte zich als de ware leider van de groep. De leerlingen konden zich nog wel herinneren hoe ze precies waren gelopen en waren dus in staat om terug te keren naar de plaats waar het een uurtje eerder vermoedelijk fout was gegaan. En vanuit de begeleiding trokken Janneke en Stijn de bossen in, op zoek naar deze plek. Regelmatig werd er telefonisch contact onderhouden en lieten de begeleiders de leerlingen heel hard schreeuwen om te kijken of ze al binnen gehoorsafstand waren. De eerste pogingen leverden niets op maar na een dik half uur lukte het tot ieders vreugde om elkaar te horen! Enkele minuten later was daar dan de hereniging en werden de vermoeide leerlingen naar de herberg teruggeleid, een hele ervaring en een stoer verhaal rijker!
En dan de volgende dag opnieuw de wildernis in, maar nu overdag. Het spannende was wel dat we deze keer niet op de paden zouden blijven. De opdracht was om met behulp van het kompas in een rechte lijn terug te lopen naar de herberg. Heel nauwkeurig op de kaart het aantal graden bepalen dus, en vervolgens tijdens het lopen steeds opnieuw peilen en oriënteren. Een voortdurende kleine afwijking op honderd meter kan namelijk genoeg zijn om na zes kilometer de herberg compleet te missen! Een tweede moeilijkheid tijdens deze tocht is dat je allerlei natuurlijke hindernissen op je weg kunt tegenkomen: moerassen, steile rotshellingen, bergbeken… en zie maar hoe je daar dan langskomt! Ver van de bewoonde wereld ben je echt even op jezelf en elkaar aangewezen en regelmatig moet je elkaar dan ook een handje helpen. Het mooiste is het als je wilde dieren tegenkomt, en één groepje had bijzonder veel geluk: drie edelherten (twee hindes en een bok met een schitterend gewei) werden pas erg laat opgeschrikt en met grote sprongen zoefden ze op minder dan tien meter afstand langs de leerlingen en hun begeleider heen, een zeer indrukwekkend gezicht!
Alle regen viel op één dag, en toen waren we in Praag. Jammer dat we die stad dus niet echt in zijn volle glorie hebben meegemaakt, maar je kan een regenachtige dag beter in de stad hebben, want dan kan je nog eens naar binnen. Tijdens de rondleiding was daar nog geen sprake van, en de leerlingen luisterden zonder zeuren drie uur lang naar allerlei verhalen uit de historie van Praag. Oude, mysterieuze legendes kwamen voorbij, maar ook de gruwelijke gebeurtenissen uit de tijd van de godsdienstoorlogen en de beklemming van de communistische tijd werden meegepikt. Aan het eind van de rondleiding was iedereen drijfnat, maar tijdens de vrije middag kon je lekker opdrogen in een caféetje achter een lekkere kop warme chocolademelk om vervolgens te gaan shoppen in de vele winkels aan het Wenceslasplein. Ondanks de regen was het een zeer geslaagde dag die eindigde met een diner op een rondvaartboot, die ons rondtoerde over de Moldau, met het nachtelijke Praag als schitterend verlicht decor. Op de terugreis in de bus wordt normaal een filmpje opgezet maar onze chauffeur Henri had een primeur: karaoke in de bus! De ene meezinger na de andere kwam voorbij en er werd hartstochtelijk meegebruld. De grootste hit bleek weinig verrassend: Brabant, van Guus Meeuwis.
Toegegeven: de rivier waarop wij gaan raften is nou niet écht heel wild. De enige die bij een stroomversnelling werkelijk uit de raft geslingerd werd was Imke. Met een mooi boogje wipte ze het koude water in en haalde zodoende een nat pak. Toch was zij niet de enige die kletsnat bij het eindpunt arriveerde. Sterker nog, de kans dat je droog aankomt is bijzonder klein! Dat komt omdat er elk jaar wel een paar rafts zijn die zich ontwikkelen tot piratenbootjes: stoere jongens die de andere rafts aanvallen en veroveren door de anderen eruit te kiepen. Dit jaar hadden we een primeur: de grootste piraten waren nu eens meisjes! Claudia, Manon, Tamara, Iris en Iris waren als eerste vertrokken en kwamen als laatste aan. Kletsnat en ijskoud maar voldaan omdat ze met zo ongeveer elk ander vlot een zeeslag hadden uitgevochten. Het volgende onderdeel op het programma ook nat maar gelukkig een stuk minder koud: lekker bijkomen in de warme bronnen van Karlovy Vary!
 |
| Lekker bijkomen in de warme bronnen? Dat gold niet voor iedereen! Begeleider Olivier was al snel het doelwit van jongens die erop uit waren om hem onder water te duwen. Wat de aanvallers echter niet wisten, was dat Olivier jarenlang allerlei vechtsporten heeft beoefend. Ook al waren ze zo groot als Ruben of zo fel als Jelani, ook al vielen ze met meerdere jongens tegelijk aan, ze beten uiteindelijk allemaal in het figuurlijke stof. En Olivier? Die hield vrolijk lachend zijn kruintje droog en had zijn jeugdige aanvallers een lesje geleerd. Een lesje in martial arts!
De temperatuur was de vorige avond al onder nul gekomen en onder een heldere sterrenhemel vroor het de hele nacht lekker door. De volgende ochtend was het gras wit van de rijp dus dat beloofde wat. Tijdens zijn dagelijkse ochtendpraatje adviseerde Teun de leerlingen om handschoenen te dragen en verschillende laagjes kleding over elkaar heen aan te trekken. Gelukkig stond mountainbiken als eerste op het programma, een mooie manier om warm mee te worden. En dat lukte, want het Ertsgebergte is toch wat anders dan de Drunense Duinen. Koud of niet, na een paar kilometers bergop fietsen was je echt wel warm en kon je overal weer tegen, zelfs tegen een incidentele uitglijder in de sneeuw!
Bij het abseilen, een populair survivalonderdeel, is het mooi om het verschil te zien tussen de waaghalzen die zich zonder ontzag voor de bijna dertig meter diepe afgrond in het diepe storten, en sommige anderen die bij het idee alleen al de bibbers krijgen. Diana was er zo eentje: ze zag het absoluut niet zitten om zich aan een touw over de rand de diepte in te laten zakken, maar vervolgens raapte ze toch moed bij elkaar rapen en ging er gewoon voor! En ook al duurt het wat langer, ze kwam zonder kleerscheuren beneden en had zichzelf toch maar mooi overwonnen. Abseilen is eenvoudig voor wie geen hoogtevrees heeft en met flair af kan dalen, maar de leerlingen die hier hun grenzen weten te verleggen zijn toch wel de ware helden en heldinnen!
Tsjechië is … de pijn negeren als je geraakt bent bij het paintballen (vooral als Terror Janneke je te grazen heeft genomen!). Tsjechië is proberen fatsoenlijk op een paard te blijven zitten als dat in draf gaat. Tsjechië is leren oriënteren met behulp van kompas, kaart, GPS of gewoon de zon. Tsjechië is van elkaar afhankelijk zijn en op elkaar kunnen bouwen en vertrouwen. Tsjechië is nieuwe uitdagingen aangaan en je grenzen verleggen. Tsjechië is … niet voor watjes !
Teun, Janneke, Olivier, Christa, Stijn en alle leerlingen
|
|